Welkom bij Barbara Driessen

Welkom bij Barbara Driessen

Artikel in het maandblad Jonas

Over verlies
Verlies en de drie menstypen

Gelijk aan het seizoen keert de gevoelige mens zich naar binnen. Hij verliest, laat los wat afstand wil nemen. In dit proces van loslaten en beschouwend zijn, ontstaat ordening. Voor mij verloopt die ordening voornamelijk door dingen op papier te zetten. Mijn manier van loslaten is letterlijk: onder ogen zien.

Als schrijfster ben ik geïnteresseerd in het menselijk denken en zijn manier van ervaren. Hierdoor word ik geïnspireerd om verder te kijken naar de sturende krachten achter het zichtbare. De wereld van dromen en symbolen levert hiervoor veel informatie. Het gaat hierin niet om kennis en opsomming van feiten maar om wijsheid die uiteindelijk alles weer met elkaar verbindt als oorzaak en gevolg.

Het denken bepaalt het lot, het zijn de gedachten over de gebeurtenissen en niet de gebeurtenissen zelf, die grotendeels bepalen hoe de mens het leven vormgeeft. Er zijn diverse typen mens, ieder met eigen ervaringen. Zij reageren verschillend op de zelfde situatie. Wat de een mooi vindt, kan een ander juist heel saai vinden. Wat de een in zijn herinnering opslaat als een “happy moment” kan voor de ander van een gewone dagelijkse betekenis zijn zonder duidelijke ervaring. C.G. Jung heeft hierin veel studie gedaan en een indeling gemaakt in menstypen. Hij onderzocht proefpersonen vanuit hun reacties op dezelfde situaties. Zo kwam hij tot de drie- typen indeling. Wat kan deze indeling ons nog vertellen over ons handelen, in deze snel veranderende wereld? Wat biedt het ons aan inzicht op eigen functioneren en op het functioneren in samengaan met van de ander?

Gedurende een aantal jaren had ik gesprekken met mensen in hun verliesverwerking. De manier waarop de verschillen duidelijk waren heb ik beschreven in mijn boek over inspiratie, waar ik nog aan werk.

Het eerste type mens: het belevingstype.

Loslaten is voor deze mens heel moeilijk. Deze mens is gericht is op de ander. Jung en Freud noemden dat het erotische type, wat overigens niets met erotiek te maken heeft. Bij dit type mens staat de ander centraal. Deze mens zal er veel voor doen om geliefd te worden. De onderliggende motor is angst voor verlies. Angst om te verliezen wat hem lief is. Hij zal er daarom veel voor doen om liefde, warmte en veiligheid te krijgen en maakt zich daarvan en daardoor afhankelijk van de ander. Ieder verlies wat dit type in het leven meemaakt, wordt ervaren als een liefdesverlies. Dit liefdesverlies heeft te maken met de eerste ervaringen van liefde, verbonden aan de moeder. Alles draait dan ook om het woord liefde. Dit type is afhankelijk van de ander, is niet zelfstandig en zal zich daardoor gemakkelijk aanpassen aan de ander. De erotisch getinte is behoeftig en op zoek naar driftmatige verbindingen. Op zoek via de buik, op zoek via de emotie. Bijna alles wat bij dit type op het pad komt, zal ook gezien worden, bekeken worden met de ogen van de buik, de ogen van de emotie omdat het bij deze mens belangrijk is te voelen: ik hoor erbij, ik wil niet afgewezen worden. Dat is zijn grootste onderliggende angst. De angst voor liefdesverdriet, de angst om afgewezen te worden. Hij is gericht op de ander, is gericht op geliefd worden, maakt zich klein en kwetsbaar afhankelijk van de anderen. Soms is dit manipulatief en een schijnbare afhankelijkheid, met een inwendige opstandigheid, maar er is continu een verlangen naar symbiose. Het is het driftmatige type, dat behoefte heeft om zich te verbinden en onderdanig te zijn. Hij heeft sterke, wisselende gevoelens en emoties en over het algemeen heerst er in zijn geest een sfeer van onderdrukking. Onderdrukking van de eigen gevoelens en emoties, maar daardoor als antwoord het laten onderdrukken door de ander. Dit driftmatige type laat zich emotioneel en lichamelijk onderdrukken. Het kan zich zelfs laten mishandelen in een relatie. Omdat het zich zo afhankelijk opstelt van de ander, roept het een inwendige irritatie bij de ander op. De ander reageert op de niet uitgezonden woorden, op de taal die niet gesproken wordt. Hij reageert op de prikkels die wel uitgezonden worden en die hebben een klank in zich van onderdrukking. Je kunt er niks mee, de ander kan er niks mee. Er ontstaat een vorm van geweld, zowel emotioneel als lichamelijk. Zo worden dader en slachtoffer geboren. In een sadomasochistische relatie zie je deze patronen terug. Wanneer beide partners echter hun ervaringen en uitingen van erotiek in een voor allebei prettige vorm weten te gieten, hebben zij een opwindende relatie waarin wederzijds respect voor grenzen steeds het uitgangspunt is.

Het tweede type mens: het dwangmatige type.

Loslaten is een verlies van een stuk eigenheid voor deze mens. Het dwangmatige type heeft continu een gewetensangst. Er ontstaat een innerlijke afhankelijkheid. Steeds weer is het innerlijke conflict met het geweten, met normen en waarden van ooit en nu, werkzaam. Het geweten is bij deze persoon sterk ontwikkeld en het geeft naar de buitenwereld een beeld van zelfstandigheid. Het geweten is als het ware een zelfstandig figuur die zich constant meet met het geweten in de buitenwereld. En ook constant ziet dat het geweten in de buitenwereld zoek is. Daardoor is dit type vaak verbitterd. Verbitterd omdat de wereld slecht is en hij geen enkel moreel houvast daarin ervaart. Wanneer onvoldoende eigenheid of eigenwaarde ontbreekt, is dit type over aangepast. Het is sterk gericht op de normen en waarden van de buitenwereld. Wanneer het ego weinig ontwikkeld is, heeft dit niet de kans gekregen om sterk te worden en blijft de afhankelijkheid van de normen en waarden van de buitenwereld centraal staan. Daarom kan dit type over-aangepast zijn aan de buitenwereld en daarmee een vooroordeel hebben, dat alles wat niet aan normen en waarden voldoet, slecht en gewetenloos is. Daardoor ontneemt dit type zichzelf de verantwoordelijkheid om na te denken over de dingen. Meestal wordt deze persoon als een moeilijk mens gezien. Een mens met veel kritiek, perfectionisme en een constant irriteren aan de anderen. Hij wordt als weinig tolerant of als een dictator ervaren omdat hij weinig accepteert. Het is het rationele type dat er van uitgaat dat het leven geven en nemen is. Echter, is het evenwicht vaak zoek. Deze mens weegt op een schaaltje af: hoeveel geef ik en hoeveel krijg ik. Hij zal zich nooit, of bijna nooit, weggeven. Als dat al ooit gebeurt, kan dit zware emotionele consequenties voor hem hebben. Het is het type dat ervan uit gaat: voor wat, hoort wat. Hij gaat op een andere manier om met verlies, dan het eerste type. Het eerstgenoemde denkt bij verlies vooral aan het verlies van liefde, de gedachte er niet te mogen zijn. Dit tweede ervaringstype echter ziet het veel meer als een aantasting tussen het evenwicht van hechting en zelfstandigheid. Ieder verlies is, vanuit die gedachte en beleving, een onderstreping van een hechting, een onthechting. Bij ieder verlies zal er dan ook een heftige schok zijn in de zelfstandigheid. De persoon wordt teruggeworpen op de eigen autonomie. Als die niet sterk genoeg is, zal een hechting plaats vinden aan iets nieuws, omdat de band met zichzelf niet stevig genoeg ontwikkeld is. Deze hechting kan een sekte, een groep, een geloof of een guru zijn. Als hij het verlies verwerkt heeft, komt het verlangen terug. Dit verlangen is erop gericht om het evenwicht tussen zichzelf en de ander te herstellen of te behouden. Maar hij gaat lang door in de woede om het verlies. De woede kan zich richten naar binnen en dat kan gevolgen hebben als: depressiviteit, lusteloosheid, energieverlies en andere dingen die negatief werken. Na het verlies en bij een opkomst van hernieuwd verlangen, kan deze persoon verstarren als dit verlangen niet bevredigd wordt. Hij wordt statisch en conservatief en richt zich op het oude, op dat wat hem bekend is. Daardoor valt hij in herhalingsgedrag. Dit dwangmatige type maakt sterk onderscheid tussen de ander en ik. Er zit een grens tussen de ander en ik en het is een kwestie van geven en nemen. Uiterlijk lijkt het alsof hij onafhankelijk is maar innerlijk is een grote afhankelijkheid. Daarom zal hij steeds op zoek zijn naar het evenwicht tussen het zelf en de ander. Hij wil dit herstellen of handhaven. Daardoor lijkt het alsof hij eerst een disbalans creëert om zodoende weer tot herstel over te kunnen gaan. Dit type is vooral principieel. Principieel in de normen en waarden van de buitenwereld en later als die normen en waarden verworpen kunnen worden, principieel in een eigen oordeel. Vaak echter verstart hij in een vooroordeel. Hij houdt hieraan vast tot het tegendeel bewezen is. In dat vooroordeel, of in het afzonderen van de buitenwereld, zitten diepe gevoelens, die aan de oppervlakte niet zo diep lijken omdat de persoon een afstandelijke kilheid uitstraalt. De gevoelens gaan echter heel diep. Omdat deze gevoelens niet begrepen of niet gezien worden door de ander, ontstaat er een soort isolatie. De persoon isoleert zichzelf, isoleert de gevoelens, doet zichzelf te kort en kan geen verbinding maken. Er ontstaat een contactgestoordheid waardoor deze mens in een symbiotische of parasitaire relatie terecht kan komen.

Het derde type mens, het narcistische ervaringstype.

Deze mens richt zich vooral op zelfbehoud en heeft geen bijzondere, erotische behoefte. Hij is meer gericht op het zelf. Het is het narcistische type. Eigenlijk staat alleen het ego en het ik centraal en van daaruit kijkt hij naar de wereld en meet die buitenwereld aan zichzelf. Hij wil zichzelf boven de buitenwereld heffen. Er is steeds een behoefte om dat ego op te krikken, in onafhankelijkheid. Hij maakt schijnbare verbindingen, maar verbindt zich niet echt. De verbindingen worden getoetst aan de behoefte van het ego. Hij weet precies bij wie hij kan halen wat voor hem nodig is en heeft daartoe verfijnde instrumenten tot zijn beschikking. Deze maken hem tot een op het eerste gezicht aimabele persoonlijkheid.

Bij het eerste type stonden de driften centraal en bij het tweede het geweten, maar bij het derde is het vooral het ik en het zelf. Dit ik heeft een grote portie agressie die tot uiting kan komen in een heel grote activiteit. Passief zijn bestaat eigenlijk niet voor hem. Hij is voortdurend in beweging. Passief zijn leidt tot schuldgevoel. Het liefhebben bij dit type is actief. Hij prefereert het liefhebben boven het geliefd worden. Het is een actieve handeling naar buiten toe. Deze mens is erop gericht zichzelf als een eenheid te aanvaarden. Die eenheid leidt tot object afhankelijkheid, want hij heeft niet in de gaten dat hij afhankelijk is van bevestiging van de buitenwereld. De valkuil van hem is het gedraai rond het ego en rond de narcistische behoefte. Wanneer deze persoon dit cirkelen rond het ego overwint en overstijgt, kan het naar het zelf, naar het Grote Zelf, naar de bezieling toetreden en daarin tot grote hoogte komen. Bij hem is het zelfgevoel en het zelfbesef heel belangrijk. Zelfgevoel wil zeggen: weet hebben van wat je doet, waarom je de dingen doet en welke gevoelens er in je spelen bij wat je doet. Welke gevoelens met elkaar corresponderen, welke tegenstrijdig zijn en welke je kunt activeren om in balans te komen. Het zelfbesef is het weten welke gevoelens je hebt, welke mogelijkheden er voor handen zijn maar daar nog niets mee doen. Beseffen welke doelen gevoelens aan je laten zien, welke grenzen ze stellen. Beseffen welke plek jij in de wereld hebt en wat je met die gevoelens daarin kunt. Je kunt het besef hebben van het jezelf kunnen laten gelden in de buitenwereld en accepteren dat je het recht hebt op geluk. Dit narcistische type heeft veel moeite met het accepteren van regels en zal vaak eigen rechter spelen. Randfiguren op het scherp van de snede. Het is ook een experimenteertype dat zichzelf wil verkennen en de ander daar niet bij nodig heeft. Hooguit als ondersteunende bevestiging. Hij heeft eenzijdige en weinig intensieve relaties met andere mensen. Dit is ontstaan in de vroege jeugd, omdat er bij hem een onvermogen is om te rouwen, een onvermogen om een verlies goed te verwerken. Echt verlies kan door hem bijna niet gevoeld worden. Als er iemand in zijn omgeving wegvalt, ziet hij dit als een persoonlijke aanval, een krenking of een aantasting van de eigenheid omdat de dood van een ander betekent: een stukje wegvallen van je eigen narcistisch gevoel. Daardoor kan hij ook moeilijk invoelen of meevoelen met de ander, omdat het invoelen of het beleven van het ego het belangrijkste is. Dit type mens heeft, veel meer dan de andere twee, moeite met het ouder worden. Het derde type is narcistisch gericht op het eigen overleven, gericht op bestaansbevestiging, gericht op het ik. Het is gericht op liefhebben van de ander en niet zozeer gericht op liefde ontvangen. Het wil onafhankelijk zijn, zelf bepalen, ook in de liefde. Hier zijn mijn grenzen. Ik kom en ga wanneer ik dat wil. Het is het type wat de macht wil hebben. Macht in eigen handen, macht om gezien te worden, macht om keuzes te hebben, ook al komt het overeen met de keuze van de ander, dit type wil het gevoel hebben dat het zelf kiest. Het is ook het type met het grootste voorstellings- vermogen, groter dan de andere twee. Daar waar het tweede type gericht was op de symboliek, de eerste op de driftmatigheid, is dit derde type gericht op het imaginaire. Alles wat er is, kan hij zich voorstellen in de eigen geest. Zijn beeldenwereld is groot. Dit is ergens ontstaan in de jeugd, waar het voorstellingsvermogen belangrijk was om te kunnen overleven. Hij ontwikkelde de beelden binnen zichzelf omdat daarbuiten de liefdevolle voorbeelden die hij nodig had in zijn ontwikkeling en die bij hem aansloten, ontbraken. Als kind al kon hij moeilijk omgaan met verdriet, afwijzing, of eenzaamheid en kon niet rouwen. Daarvoor in de plaats kwamen de beelden, de imaginatie, de voorstelling hoe het zou zijn en hoe het had gekund. De werkelijkheid stelde hem teleur en de gedachte: wacht maar tot ik groot ben, maakt hem tot overwinnaar en niet tot slachtoffer van de situatie. Dit alles is ontstaan uit een overlevingsdrang, uit zelfbehoud. In het gevecht om zelfbehoud heeft dit type mens weinig de gelegenheid gehad, gekregen en genomen om zich in de gevoelens van anderen in te leven. Het was immers veel te druk met het overleven van het eigen ik. Alles wat daarbij aangedragen werd door ouders, door de omgeving of cultuur, werd eigenlijk min of meer verworpen. Het werd niet opgeslagen, het kwam niet echt binnen, hooguit werd het gezeefd door de filter van het narcistisch ik. En daarin kwamen stukjes naar voren die hij kon gebruiken om er zelf beter van te worden. Deze persoon vertoont soms autistische trekjes en je komt het Syndroom van Asperger vaker tegen bij hem dan bij de twee andere ervaringstypen.

De drie ervaringstypen die ik hierboven genoemd heb, zijn in ieder mens aanwezig en het is nooit zo dat je alleen maar het eerste, tweede of het derde bent. Je bent altijd een mengeling. Pas wanneer er vragen en klachten komen in je leven, in je functioneren of vragen betreffende je essentiële zijn, zullen genoemde persoonstypen je wijzen op wie je bent en waarom je zo handelt. Hierdoor krijg je inzicht in en overzicht op je situatie waardoor je een verandering in werking zet. Als er een gevoel van onvrede in je is, kun je gaan kijken welk type op dat moment bij jou het sterkst aanwezig. Vervolgens kun je naar de krachten kijken van dat type, maar ook naar de valkuilen. Daardoor zul je zeker veel leren over het functioneren op het egoniveau, op het horizontale niveau en op je plek in de wereld.

In de eerste helft van het leven is ieder van ons bezig met het aansporen van de wil, het gerichte doel, het neerzetten, het ontwikkelen. Dat is een functie vanuit het ego en gericht op het vergroten van het ego. Welke plek heb je in de wereld, welke plek wil je bereiken in de wereld? Kortom: je zet jezelf neer op die plek in de wereld die je toekomt. En dan, zo rondom je vijfenveertigste, ontdek je dat alles wat je hebt aangeleerd, jou op een bepaalde plek in de maatschappij of op de wereld heeft gezet. Dat het aangeleerde je gebracht heeft tot wat en waar je nu bent. Een ontnuchterende gedachte: de mens als computer. Er komt uit wat je er in stopt. Daaruit ontstaat de vraag: is dit nu alles? Gaat het hierom in het leven? Nee dus. Er komt een gevoel van onbehagen, onvrede, of er komt een gevoel van nog harder werken om die onvrede niet te hoeven voelen. Maar er komt een reactie op die gedachte, een constatering, een besluit, een innerlijk gevoel. En die reactie bepaalt hoe je de rest van je leven invult. Wanneer je het aandurft, wanneer je het lef hebt om je te verdiepen in de behoefte van je ziel, keer je naar binnen, ga je die behoefte van je ziel voeden, want je hoort met de oren van de ziel. Je kijkt met de ogen van het hart en daarmee zie je wat je zelf nodig hebt. En wat je ook verlangt. En dat is niet niks, want met dat signaleren, kom je bij je eigen gemis van ooit. Je heimwee naar het volmaakte, dat je ontkende door mechanismen te gebruiken die je van dat volmaakte af hielden. Daaronder ligt verdriet verborgen. Je eigen verdriet in het verleden. Onverwerkt. De maatstaf voor je wijsheid is de manier waarop je omgaat met verdriet en de pijn. Daar zit een unieke kans, juist in de periode waarin je vraagt: is dit nu alles? De manier waarop jij je verdriet verwerkt hebt, de manier waarop jij met je pijn omgaat en omging, bepaalt of je wel of niet een wijs mens bent geworden. Verdriet is er ook om jou iets te leren. Verdriet is in ieders leven. De kwaliteit van je verdrietverwerking is belangrijk, niet de hoeveelheid verdriet. Sommige mensen hebben zeeën van verdriet en leren niets. Anderen komen in een crisis en hun hele leven neemt een wending. Vooral de ouder wordende mens krijgt te maken met verliezen. Terug kijkend op het leven, kun je ze allemaal benoemen. Hoe ben je omgegaan met je vorige verlies? En daarvoor? En daar weer voor? En hoe stond het verlangen tegenover het verlies? Daarmee kun je toetsen waar je nu staat. Bij het allereerste verlies in jouw leven ontstond het verlangen, dat is een natuurwet, zo is het altijd. Na ieder verlies ontstaat een verlangen. Er kan een tijd tussen zitten, maar het is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het eerste verlies ontstond het verlangen. Bij het laatste verlies, vergaat het verlangen. De ouder wordende mens neemt afscheid en soms, bijvoorbeeld wanneer je geliefde weggaat, door de dood, door scheiding, ontstaat er geen verlangen meer. Dat was de laatste geliefde, het laatste verlies. Dat laatste verlies kent geen verlangen meer, dat is droevig, triest.. want het verlangen maakt de mens levendig. Het verlangen is wat hem bindt en verbindt. Met de wereld om hem heen, met de kosmos, met de spirituele gedachte. Het is belangrijk dat gedurende het leven, het verlies niet onmiddellijk wordt vervangen door het verlangen. Dat zie je soms in relaties. Als mensen uit elkaar gaan, ze gaan scheiden, is er een verlies. Maar dat verlies wil (g)een van beiden voelen en wat gebeurt er dan? Onmiddellijk komt er een ander in beeld. Een nieuw verlangen, dat als het ware als een asfaltweg over het verlies heen walst.

De drie typen mensen die ik zojuist heb beschreven, kennen ieder hun eigen manier van verliesverwerking.

Verlies bij het eerste type.

Het eerste type waar ik over sprak, verwerkt het verlies slechts voor een deel, er ontstaat een gat. Er ontstaan overlevingsmechanismen. Er ontstaan patronen gelang de aard van het ego. Bij het eerste type zal er angst ontstaan. Angst voor de angst van eenzaamheid, voor de afwijzing, een overmatig gevoel van onveiligheid, onbehagen. Een knagend verdriet dat onoplosbaar is. Dit verdriet heeft een valkuil, namelijk het gedrag dat gericht is op aandacht vragen via het verdriet.

Bij het verwerken van verlies is dit type mens afhankelijk van de omgeving en de rol die de omgeving hierin speelt. Als deze omgeving niet tegemoet komt aan de verlangens van de persoon, die zijn gegroeid na het verdriet, ontstaat er bij hem angst en onveiligheid. Hij kan zich niet meer opnieuw verbinden na het verlies. Als een kind iets verliest in het leven en er wordt niet gelet op wat het kind nodig heeft, welke verlangens het kind heeft, is de basis gelegd voor angst en onveiligheid in het verdere leven.

Verlies bij het tweede type.

Bij het tweede type ontstaat er een andere reactie op verdriet. Het verdriet en het verlangen, willen bij hem met elkaar in balans komen. Dit gaat waarschijnlijk niet vlug genoeg en er ontstaat verbittering, agressie en ontevredenheid. Hij doorwerkt het verlies niet voldoende. De valkuil is daarbij dat hij niet toekomt aan het nieuwe verlangen. Omdat hij dit verlangen niet voelt en het daardoor niet voeden kan, ontstaat in zijn geest verbittering. Een verbittering die tot agressiviteit oproept en die altijd ontevredenheid als beginsel in zich draagt. Deze drie factoren zijn geen basis om te verlangen, want waar zou je naar verlangen als je verbitterd bent? De oplossing is waarschijnlijk het zwarte gat of de dood. Dat is ook de destructieve kant van deze tweede ervaringsmens.

Bij dit type speelt het geweten een grote rol in het verlies en verwerkingproces. Hij kijkt kritisch naar de wereld om hem heen die reageert op het verlies. Hij is zeer gevoelig op het antwoord van die wereld en op de manier waarop de buitenwereld tegen het verlies aankijkt. Hij is het met veel dingen in die buitenwereld oneens. Zijn geweten zegt dat het anders is en dat het niet is wat het lijkt dat het is. Daardoor komt hij met het verdriet in conflict met zichzelf en stelt daardoor het grote verlangen uit. Bij deze persoon herhaalt zich de worsteling met het allereerste verlies opnieuw. Steeds opnieuw komt de moeder, de eigen moeder, die voorspiegelt dat het eerste verlies, het eerste verlangen ontstond bij haar. Als de moeder liefdevol was, zal het verschil, de tijd tussen liefde en verlangen niet buitenmaats groot zijn. Als de moeder afkeurend was en te kennen gaf: je mag er eigenlijk niet zijn, is na ieder verlies het opnieuw toelaten en voeden van het verlangen een zware opgave, een zware taak. Het verlangen is immers gekleurd door de eerste belevingen van verlies.

Verlies bij het derde type.

Het laatste type, het narcistische, voelt een verlies vooral als een frustratie of een krenking. Dit type kan boos worden van het in de steek gelaten voelen. Hij kan in die boosheid blijven hangen: wat is mij aangedaan. Daardoor kan hij zich losmaken met de band van de omgeving en heel sterk in een eigen leven terecht komen. Een eigen werkelijkheid en een eigen waarheid, waarin de buitenwereld niet meer past. Contacten aangaan wordt hierdoor moeilijk, omdat hij ieder contact vergelijkt met de behoefte van het ego en met het grote verlies, wat nooit op te vullen is. Als hij echter je verdriet verwerkt heeft, zal hij merken dat er een hernieuwd verlangen in hem wordt opgeroepen. Dat verlangen is groter en sterker dan bij de twee andere beschreven ervaringstypen. Het kan zich richten op het ondernemen van nieuwe dingen op spiritueel gebied, op belangeloosheid en het nastreven van mededogen. Op het gebied van ontwikkelen van nieuwe interesses en het aangaan van nieuwe relaties gaat het vooral om de kwaliteit ervan. Als de persoon dit verlangen niet opnieuw voedt, zal hij gaan kijken naar oudere mensen om hem heen en naar hun kwalen en gebreken. Hij gaat zich richten op afnemende energie en daardoor neemt ook zijn eigen energie af. Alle idealen die hij niet bereikt heeft in zijn leven, zullen hem het teken en de bevestiging geven: het loopt toch allemaal stuk. Waarom zou ik me nog inzetten? Na het verlies wat het derde type lijdt, komt het in een soort onaangepastheid. Er is een koppigheid die bestaat uit het niet accepteren van het verlies. Het narcistische type wil immers niet verliezen. Daardoor ontstaat er een soort opstandig gedrag. Een onaangepastheid. De behoefte om te laten zien: ik ben niet afhankelijk van de buitenwereld. Ik schep mijn eigen wereld. Hierbij komt hij echter het hardst op de eigen grenzen, niet die van een ander maar het gevecht tegen de eigen begrenzing. Een van die sterkste begrenzingen is de lichamelijke begrenzing van het ouder worden van het lichaam, van het afnemen van de psychische energie en weerbaarheid. Dat alles helpt niet mee tot het bevorderen van het gevoel van eigenwaarde. Dit type mens is vaak op zoek naar bevestiging buiten zichzelf en het zoeken van een jongere partner. Die jongere partner, die het gevoel geeft: ik mag er zijn, ik beteken iets. Maar ook: mijn geest wordt jong gehouden en blijft jong door de ander. Dit is een patroon van symbiose die ziekelijk is, want het gaat ten koste van. Het zuigt aan elkaar, het zuigt elkaar leeg. De jongere partner zal een vaderfiguur zoeken in de ander. De oudere partner heeft zijn of haar verdriet niet goed verwerkt en zoekt in het verlangen. Hij zoekt het verlangen naar het verbonden zijn met de ander en vindt daardoor de verbinding met zichzelf en met zijn eigen narcistische ik. Dit heeft tot het gevolg dat een dergelijk relatie wel een tijd kan duren, maar niet blijvend is, omdat er geen echte geestverwantschap is. Misschien wel een behoefte aan geestverwantschap, maar de verwantschap komt nooit tot stand, omdat er altijd een meten is tussen het jij en het ik.

Oefening in bewustzijn.

Probeer voor jezelf na te gaan hoe jij met verlies en met verlangen omgaat. Hoe werkte dit verlangen en het verlies in jouw leven? Welke plek heb je het kunnen geven? Wat herken je ervan in relatievorm? Schrijf de antwoorden op in je dagboek!

Verlies hoeft helemaal niet groot te zijn. Als je ’s ochtends je haren kamt en je ziet vijf haren in de wastafel liggen, of tien, of twintig, of nog meer, is dat een teken van verlies. Je laat iets los. Je verliest iets. Dat begint al heel jong in je leven maar naarmate je ouder wordt, zul je merken dat je steeds meer verliest. Je verliest je jeugd. Je verliest je werk. Je verliest je vrienden. Je verliest je partner. Je verliest. En met dat verlies ontstaat een nieuwe mogelijkheid. Het is belangrijk om steeds weer, na een verlies, het verlangen te herkennen en toe te laten. Het klopt steeds aan je voordeur en vraagt: mag ik bij je binnenkomen?

Oefening: verlies in je lijf voelen.

Denk aan een verlies dat ingrijpend voor je was. Geef dit een plek. Waar zetelt dit gevoel in je lijf? Koester het. Zorg er goed voor. Zend er in gedachten warmte heen. Herinneringen zijn bondgenoten, geen vijanden die vechten om de eerste prijs. Soms zal het verlies zich laten zien en soms zal het verlangen in alle volheid voor je staan. Vraag aan het verlangen wat het jou te vertellen heeft en je zult het horen. De indiaanse voorouders wisten het al met hun spreuk: aho mi takuye oyasin aho. Verlangen, wees welkom in mijn ziel. Het zij zo.